Ga verder naar de inhoud

De vergroening van het North Sea Port District

20 jan. 2025

Stel: je woont in een fijn dorp. Maar dat uitzicht op de industrie spreekt je minder aan. Daar gaan we wat aan doen, dachten ze een paar decennia geleden al in Vlaanderen. Buffers met ruimte voor natuur, landbouw en recreatie: in de Gentse Kanaalzone hebben de Vlaamse partners inmiddels al dertien koppelingsgebieden gerealiseerd. Goed voorbeeld doet volgen. Hoewel er onder een andere naam ook aan de andere kant van de grens eerder ervaring is opgedaan met groene buffers, worden nu ook in het Nederlandse deel van het North Sea Port District koppelingsgebieden gerealiseerd. Maar veel belangrijker dan de naam, is het resultaat: leefbare dorpskernen om de hoek van de industrie. 

‘Heel Vlaanderen is opgedeeld in bestemmingen en bijhorende kleuren. De groene zones waren volgens het gewestplan vanaf de jaren zeventig bestemd als buffergebied. De ambitie: het in conditie houden of inrichten als groene ruimte. Alleen ontbraken op dat moment investeringsprogramma’s, waardoor er in het gebied weinig budget was voor ‘zachte’ bestemmingen. Dat verandert als er in 2005 door een wijziging in het gewestplan wel een investeringsprogramma komt voor de uitbreiding van de haven.’
Coördinator Bruno Reniers van het Projectbureau van de Gentse Kanaalzone

Geredde dorpen

Samen met het uitbreidingsvraagstuk van het Gentse havengebied met het Kluizendok is er ook een ander maatschappelijk debat. Bruno: ‘Wat gaan we doen met die kanaaldorpen? Gaan we die behouden of afbreken? Die twijfel vertaalde zich in leegstand en achteruitgang van de woningvoorraad. Het onderhoud ging achteruit. Er werd niet meer geïnvesteerd in de woonvoorraad, maar ook niet meer in de wegen en andere infrastructuur. Uiteindelijk is ervoor gekozen om de meeste kanaaldorpen te behouden.’

Een sociaal contract

Wonen in een industrieel maritiem complex, dat vraagt volgens Bruno om een ‘maatschappelijke return’: ‘Een sociaal contract met bewoners. De industrie kan zich ontwikkelen, maar dan gaan we er wel voor zorgen dat er rond elk kanaaldorp ‘een afdoende bufferzone’ komt tussen uw woonplek en de industrie. Daar staat in Vlaanderen de wieg van de koppelingsgebieden.’  

Meedoen en meedenken 

De sociale dimensie van de koppelingsgebieden is sowieso cruciaal. Bruno: ‘Het is ontzettend belangrijk dat bewoners vanaf het prille begin mee aan tafel zitten. Nu is dat vanzelfsprekend. Maar in 2009 was bewonersparticipatie in het eerste koppelingsgebied Desteldonk ontzettend vernieuwend. Of het nu een bankje, fietspad, speeltuin of voetbalveldje is, door bewoners vanaf het begin mee te laten denken, bestaat een locatie al mentaal in de hoofden van de mensen. Nog voordat die ook daadwerkelijk fysiek gerealiseerd zijn. En zodra de koppelingsgebieden wel bestaan, zie je ontzettend betrokken buurtbewoners die plekken in de gaten houden en er zorg voor dragen.’ Zijn collega Alain Moerman: ‘Eigenlijk speelde dit zelfs al in de jaren negentig. De ideeën van bewoners zijn al in de allereerste plannen en visies meegenomen.’ 

Blauwdruk van groene buffers

Hoe ziet een koppelingsgebied eruit? In de Gentse Kanaalzone wordt gewerkt met een beproefde blauwdruk voor groene zones. Hoewel de uitvoering verschilt, is het idee overal hetzelfde en wordt bij de inrichting van de meeste koppelingsgebieden een vergelijkbare systematiek gevolgd. Deze koppelingsgebieden kennen verschillende lagen. De eerste schil die de industrie omringt, is een ‘harde groene laag’ van bomen en struiken. Vaak gaat het om een bosgebied. Tussen die groene buffer en de woonkern is er ook ruimte voor landbouw als ‘afstandsbuffer’. Naast deze indeling is er in en tussen de koppelingsgebieden in de Gentse Kanaalzone ook een uitgebreid fietsroutenetwerk gerealiseerd. 

Beschermde biotopen

De groene ambities kennen ook meerdere dimensies. Zo bepaalt het Vlaamse natuurdecreet dat bepaalde vegetaties en biotopen niet gewijzigd mogen worden. Bruno: ‘In de Gentse Kanaalzone gaat het over open water, vennen en moerassen. Dit zijn veelal gebieden met een zekere vochtigheid. Die moeten behouden blijven en mogen dus zeker niet vernietigd worden. In totaal hebben we het over zo’n 40 hectaren. Sneuvelt die vegetatie toch, dan ben je verplicht die natuur elders in het gebied te compenseren. Een deel van die verplichte compensatie heeft een plek gekregen in de koppelingsgebieden.’

De toekomst: van bomen naar water…

Waar staat de mega-operatie in het Gentse havengebied na een kleine twee decennia? Sinds de start in 2005 heeft de Vlaamse landmaatschappij (een verzelfstandigd agentschap van de Vlaamse overheid) tien van de zestien koppelingsgebieden ingericht. Drie liggen op de tekentafel en worden de komende jaren gerealiseerd. Bruno: ‘De oorspronkelijke ambities dateren van eind jaren negentig. Maar die zijn ook enigszins achterhaald. Zo is er nu veel meer aandacht voor klimaattransitie en ‘water’ in al zijn facetten. Het goed kunnen vasthouden daarvan wordt een steeds grotere uitdaging. Kunnen we de bestaande koppelingsgebieden gedeeltelijk ‘heruitvinden’ door ze zo te transformeren dat ze een rol in die opslagfunctie kunnen spelen? Dat is een boeiend vraagstuk.’ 

Waar is de haven eigenlijk?

‘Wat je nu niet ziet…’  ‘Hier achter verscholen ligt….’ Wie tegenwoordig een rondleiding volgt door de Gentse Kanaalzone moet de gids op de blauwe ogen geloven, dat zich achter het groen een paar honderd meter verder havenindustrie bevindt. Ook het geluid doet dat vaak anders vermoeden. In het hart van de eerste generatie groen begroeide koppelingsgebieden hoor je alleen vogels fluiten. In Vlaanderen heeft het concept zich dan ook al lang en breed bewezen. Veelzeggende vraag van een bezoeker: ‘Zeg, waar is de haven eigenlijk?’ Bruno: ‘Dat is toch wel een mooi compliment.’

Ervaring in Nederland

Een buffer tussen woonkernen en industrie is ook in Nederland geen volstrekt nieuw fenomeen. ‘Wij noemen het alleen anders’, verduidelijkt Daniëlla de Kuijper die voor het North Sea Port District aan de Nederlandse koppelingsgebieden werkt en tegelijkertijd voor de gemeente Borsele een visie op de Sloerand ontwikkelt. ‘Groene rand, of groen buffergebied. Er bestaat wel eens wat verwarring over de gebruikte termen, maar eigenlijk is de definitie minder relevant. We kunnen zeker profijt hebben van alle kennis en ervaring die in Vlaanderen is opgedaan met koppelingsgebieden en participatie. Maar het is zeker niet zo dat er aan de Nederlandse kant van de grens door de jaren heen niets is gebeurd.’ 

Groen met zichtlijnen

Een voorbeeld van zo’n groene buffer aan Nederlandse zijde is bijvoorbeeld het Sloebos bij het dorp Borssele. Het uitgangspunt destijds: de grond die vrijwillig is te verwerven inrichten als groen gebied. Daniëlla: ‘Helaas lukte het niet om alle gronden vrijwillig te verwerven. We konden het plan destijds daarom maar gedeeltelijk uitvoeren. Daardoor zitten er gaten in het groen, waardoor je met name aan de randen van de dorpskern nog steeds zichtlijnen naar de industrie hebt. Toch is er destijds best wat groen gerealiseerd dat inmiddels volgroeid is. Variërend van gedeeltelijk afgesloten niet openbare natuurgebieden die beheerd worden door Natuurmonumenten zoals (een groot deel van) het Sloebos, tot de publiek toegankelijke dorpsbossen. In het dorp zelf zijn er weinig plekken waar je de industrie nog ziet.’ 

Zoek de verschillen

De verschillen met Vlaanderen zitten nu vooral nog in de functionaliteit. Daniëlla : ‘De naam groene bufferzone zegt het al. Dan heb je het uitsluitend over de functie groen. In België was het idee van een koppelingsgebied van meet af aan om meerdere functionaliteiten aan een gebied toe te kennen. Denk aan landbouw, een speeltuin of fietspaden. Dan verandert het concept en kun je ook de naam aanpassen.’ Andere belangrijke verschillen: de diverse bevoegdheden en organisatiestructuur van de verschillende overheden. En dat België met de Vlaamse  Landmaatschappij een zelfstandig agentschap heeft om koppelingsgebieden in te richten. Bruno en Daniëlla: ‘Ook al hebben ze dezelfde structuur: toch zijn ook de koppelingsgebieden in Vlaanderen niet identiek: de wensen van bewoners maken het verschil.’

Een ketting van groene parels

Nederland kent meer van die groene zones. Zoals rondom het glastuingebouwgebied bij Sas van Gent. Vanuit het Nort Sea Port District zijn er nu initiatieven om het Gentse model van de koppelingsgebieden ook in de drie Nederlandse gemeenten in het district uit te rollen. De uitbreiding van het dorpsbos bij ’s-Heerenhoek, een park rondom de toekomstige EBI in Vlissingen, en in Sluiskil (Terneuzen) zorgen een voedselbos en wandel- en fietspaden voor een nieuw dorpshart en een groene verbinding tussen deze kern en de industrie. Tel je alle projecten aan weerszijden van de grens op, dan ontstaat er langzaam maar zeker een grensoverstijgende aansluitende ‘ketting van groene parels’ die de natuur versterkt. Daniëlla: ‘Er is dus al best veel. Maar we moeten er nog wel voor zorgen dat die koppelingsgebieden ook met elkaar verbonden raken. Dat is ook het beste voor de natuur. In de Nederlandse gemeenten worden ook andere koppelingsgebieden voorbereid. Het blijft dus zeker niet beperkt tot de drie gebieden die nu als eerste worden opgepakt.’

Monument in zeehaven (Lan­ger­brug­ge-Zuid)

Energie is tegenwoordig een hot topic. Maar ook ruim een eeuw geleden was er vlak voor de Eerste Wereldoorlog al een stijgende vraag naar elektriciteit. Tegenwoordig is de  elektriciteitscentrale van Langerbrugge een beschermd monument. Destijds stond er een directeur met verlichte denkbeelden aan het roer. Hij bouwde de tuinwijk Henryville met mooie woningen en allerlei (sport)voorzieningen voor zijn werknemers. Een koppelingsgebied avant la lettre.

Dorpsbossen (Borsele)

Borsele is in de kabinetsplannen voorkeurslocatie voor twee nieuwe kerncentrales. ‘En dus werd de roep om het inrichten van de Sloerandzone weer groter’, legt Daniëlla uit. Zo worden de bestaande groene buffers verrijkt en heeft straks elk Sloedorp een eigen dorpsbos. Daniëlla: ‘We starten met de uitbreiding van het dorpsbos bij ’s-Heerenhoek. En we zijn gestart met het maken van een visie voor de Sloerandzone. Maar wat de Sloerandzone precies is, is nog niet helemaal helder. Het is niet duidelijk afgebakend of op een kaartje ingetekend. Het is iets wat in de hoofden van mensen bestaat. Is dat een brede of smalle zone? En welke functies moeten daarin ‘landen’? Alleen groen, of zijn er ook andere wensen? We willen het plan zoveel mogelijk laten opstellen door de bewoners en betrokken organisaties. Daarom wordt het een uitgebreid participatieproject. Rond de zomer van 2025 moet er een visie liggen voor het gebied.’